Vastentijd 2016: Dagelijkse Overwegingen

De veertigdagentijd of vastentijd heeft iets mythisch. Een eeuwenoud gebruik dat mensen blijft aanspreken. Tegenwoordig wordt deze periode vaak gebruikt om bepaalde ‘voornemens’ in groep te gaan realiseren, bv. veertig dagen zonder vlees. Een inventief gebruik van een eeuwenoude traditie om mensen aan het denken te zetten en langzaam een gedragsverandering te weeg te brengen.

Het woord lente komt van het Oud-Hoogduitse woord lenzin. Dit heeft te maken met het lengen van de dagen, de tijd na de winter, wanneer de boeren al gauw gingen zaaien in de hoop op een goede oogst in de zomer. Aan het einde van elke winter keek een boer uit over zijn land en zag iets wat op een kale woestijn leek. Maar hij stelde zich voor hoe prachtig dat land eruit zou zien nadat hij er hard zijn best voor had gedaan. Het is opmerkelijk dat ditzelfde woord ‘lent’ in het Engels gebruikt wordt om de veertigdagentijd aan te duiden.

In bijbels oogpunt heeft het getal 40 een speciale betekenis. Het volk van Israël heeft ooit een woestijntocht van veertig jaar gemaakt. Daarna pas konden zij het land dat hun beloofd was binnengaan. Het christendom nam dit over als gebruik. In de traditie wordt de 40 dagen tussen Aswoensdag en Pasen gebruikt als vastentijd. Voor wie wat mee info wil over dit christelijke gebruik raad ik je het recente artikel van Job Thomas aan.

Zelf zit ik middenin een sabbath-periode. Een periode die ik gebruik voor reflectie, tot rust komen en rustig nadenken over de toekomst en hoe ik mezelf daarin zie. Als gelovige is het ook een periode om God hierin te zoeken.

De komende veertig dagen neem ik jullie mee op mijn weg. Dagelijks wil ik een reflectie neerschrijven over een thema, of iets waar ik mee bezig ben op mijn weg. Zelf geïnspireerd door schrijvers als Nouwen, Anselm Grun en enkele anderen wil ik jullie meenemen naar het einde van mijn sabbatsperiode, wat samenvalt met Pasen.

Mijn schrijfsels zijn geen ‘waarheden’ of ‘besluiten’. Enkel persoonlijk stof om in alle rust over na te denken. Een inkijk in mijn denkend en zoekend hoofd.

Volg deze website, facebook of twitter en lees vanaf woensdag iedere dag mijn overweging.

Vanya

 

 

 

 

Twee levens – Twee tranen – Eén Bron

Een Palestijns kind werd gedood.
Een Israëlisch kind werd gedood.

Twee levens die werden weggenomen.
Twee levens, evenveel waard.
Twee sterren aan de hemel.

Twee mensjes van vlees en bloed.
Niemand heeft het recht, deze zomaar weg te vagen.

Ze hadden beiden een naam, een familie, recht op een leven.

Als mens heb ik twee ogen.
Ze hebben één ding gemeen: ze laten een traan.
Twee tranen uit twee ogen, één bron.

Dagboek van Ywan: 04/11/2012

Vandaag start ik met dit nieuwe geschrift. Ik kijk er tegen op, want schrijven gaat trager dan denken,…Stilte, rust & vrede verdwenen uit m’n leven. In de plaats kwam ‘verantwoordelijkheid’, onrust en gejaagdheid, welke ook verbonden worden met bitterheid, sarcasme, boosheid & frustratie,…op mezelf, op de maatschappij, op de kerkstructuur, haar mensen en uiteindelijk ook op God. Ik lijk een zware gietijzeren poort te hebben gebouwd, om mezelf te beschermen,…of vast te zetten. Dat is het net…IK ZIT VAST.

De leegte van m’n leven en van wat ik doe overvalt me. Het systeem zit overal, tot in de kerk toe. Ik mis vrijheid & vrede, daarbij verbonden creativiteit, genade en verbondenheid.

Ik gezin en ikzelf, we zijn de dupe.

Het systeem slorpt al mijn mentale energie op. Uiteindelijk schiet er geen energie meer over voor mezelf en de anderen. Soms wil ik gewoon weg, of er niet meer zijn. Maar ook dat blijkt niet mogelijk te zijn.

Het geloof en de kracht uit Christus lijkt verder dan ooit te staan. Ik vind het vaak ook absurd om er ‘gebruik’ van te maken. Ik zou me er toch maar schuldig over voelen.

Zo wordt Ywan een oude, knorrige en norse man vol bitterheid, pijn, onmacht om vreugde en vrijheid te ervaren.

Vanaf je ergens verantwoordelijkheid opneemt, lijk je jezelf vast te zetten in het systeem. Alles lijkt dan ook al uitgetekend te zijn.

Ik zit of zat op een verzadigingspunt, waarbij het me allemaal niet veel meer kan schelen, het kan de pot op!

Blijkbaar sluit ik mezelf af van de stille stem van Christus, van zijn leidende hand,…ook dat nog. Ik ervaar bitter weinig van al die ‘heiligheid’. Zieligheid, dat wel.

En toch blijf ik uitkijken…

Ywan op 04/11/2012

Kwetsbaarheid, moed & het gebrek aan betrokkenheid

Theodore Roosevelt op 23/04/1910

‘Het is niet de criticus die telt; niet degene die ons erop wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter had kunnen doen.

De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de arena staat, zijn gezicht besmeurd met stof, zweet en bloed; die zich kranig weert; die fouten maakt en keer op keer tekortschiet, omdat dat nu eenmaal onvermijdelijk is;

die desondanks toch probeert iets te bereiken; die groot enthousiasme en grote toewijding kent; die zich helemaal geeft voor de goede zaak;

die, als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse verrichting proeft, en die, als het tegenzit en als hij faalt, in elk geval grote moed heeft getoond’…

Kwetsbaarheid is niet een kwestie van winnen of verliezen, maar een kwestie van inzien en accepteren dat beide bij het leven horen. Een kwestie van jezelf desondanks helemaal geven. Kwetsbaarheid is geen vorm van zwakte, en de onzekerheden, risico’s en emoties waarmee we elke dag geconfronteerd zijn geen vrijwillige keus. De enige keus die we hebben is hoe we ermee omgaan. Naarmate we mee bereid zijn onze kwetsbaarheid te erkennen en omarmen, zullen we meer moed en betrokkenheid tonen; naarmate we ons meer afschermen van onze kwetsbaarheid, zullen we meer vanuit angst en minder vanuit verbondenheid handelen.

Als we ons hele leven blijven wachten totdat we perfect of onaantastbaar zijn voordat we de arena betreden, zullen we uiteindelijk relaties en kansen opofferen die nooit meer terugkomen, onze kostbare tijd verdoen, en onze talenten – die unieke bijdrage aan de wereld die alleen wij kunnen leveren- de rug toekeren.

Perfect en onaantastbaar zijn is verleidelijk, maar menselijk gezien onmogelijk. WE moeten de arena, waaruit die ook bestaat- een nieuwe relatie, een belangrijke vergadering, een creatief proces, een moeilijk gesprek met een familielid-, betreden en bereid zijn onze nek uit te steken. In plaats van aan de zijlijn te blijven zitten en kritiek te spuien, moeten we betrokkenheid tonen en onszelf laten zien. Dat is kwetsbaarheid. En dat vraagt moed.

(De Kracht van kwetsbaarheid, de moed om niet perfect te willen zijn door Brené Brown, inleiding)

brenebrown

Wijsheid van pelgrims: inleiding

Een pelgrim ziet veel op zijn weg. Maar hij onderscheidt zich niet alleen doordat hij veel weet. De pelgrim kijkt dieper. Hij kijkt naar het eigenlijke. Het gaat er niet om veel te weten, maar om het zijn op zich te begrijpen, je te verdiepen in het mysterie van het zijn. 

De pelgrim weet dat hij zich hier op aarde niet blijvend kan vestigen. Hij is onderweg, zolang hij leeft. In alle religies ondernemen mensen trektochten naar bepaalde plaatsen waar ze op een bijzondere manier Gods nabijheid verwachtten. Daarbij hoorde ook dat men zich wilde losmaken van de vertrouwde omgeving. In alle religies leefde het idee dat de mens twee polen heeft. De ene pool is dat hij vastigheid zoekt. De mens bouwt een huis om in te wonen. Hij bewerkt het land om ervan te leven. De andere pool is die van reizen en pelgrimschap. De mens is altijd onderweg. Uiteindelijk is hij op weg naar God.

DSCN1351

Voor veel mensen is pelgrimeren een manier om zichzelf te vinden. De pelgrim erkent dat hij de antwoorden op de diepste vragen van het leven niet kent. Hij gaat op reis om het antwoord op zijn vragen te vinden. Pelgrimeren betekent de weg van ons verlangen gaan. Dat verlangen voert ons echter verder dan deze wereld. Het leert ons dat er iets in ons leeft dat deze wereld overstijgt.
Pelgrimeren brengt ons in contact met ons verlangen. Dat verlangen is het spoor dat God in ons hart heeft getrokken. Om dat te voelen, moeten wij de sporen volgen die andere pelgrims in deze wereld hebben getrokken.

Als het archetype van de pelgrim in ons tot leven komt, is het tijd om te vertrekken en het bekende en alles wat we bereikt hebben achter ons te laten. Anders verstarren we van binnen en verspillen we onze energie door ons vast te klampen aan status-quo en er angstvallig voor te waken dat alles bij het oude blijft. Om te blijven leven moeten we de pelgrim in ons toelaten. Allen dan blijven we onderweg, zowel innerlijk als uiterlijk. Maar tegelijkertijd komt iedere pelgrim voor innerlijke en uiterlijke hindernissen te staan. Velen zijn bang om te vertrekken omdat ze de eenzaamheid vrezen als ze zich losmaken van hun vertrouwde wereld. De pelgrim voelt dat zijn wereld hem vreemd geworden is en dat hij op weg wil gaan, maar hij weet niet wat hij op zijn weg kan verwachten

.paardenbloemen

Sinds mensenheugenis worden in sprookjes en mythen de vele gevaren beschreven die de pelgrim op zijn weg ontmoet. Maar tegelijkertijd leren deze verhalen ons dat wie de reis durft aan te gaan, ook beschermers en gidsen tegenkomt.

Het is niet voor niets dat talloze spirituele schrijvers de geestelijke weg hebben beschreven als een pelgrimsweg. Wie geestelijk actief wil blijven, moet zich op de pelgrimsreis naar God begeven. In die pelgrimreis kan God tot hem komen. Tijdens de tocht raakt hij ervaren, gaandeweg wordt hij bedreven. En door steeds het onbekende tegemoet te trekken, stelt hij zich open, zodat God meer en meer bezit van hem kan nemen.

Als pelgrim voelden de mensen dat er meer was dan hun gevestigde leven op de plek waar zij woonden. Binnen in hen leeft nog iets anders: het verlangen naar verte en vrijheid, naar het onbekende. Het onbekende is ook altijd juist dat wat hen fascineert, dat wat hun nog ontbreekt om mens te worden.

15_you-are-my-beloved

De mens is in wezen iemand die op weg is. Hij is in beweging. Hij blijft niet stilstaan. In de Bijbel is de weg het oerbeeld van het geloof geworden. Abraham, die wegtrok uit zijn land, uit zijn familie en zijn vaders huis, is een voorbeeld geworden voor alle gelovigen en alle pelgrims. De vroege monniken zagen de drievoudige uittocht van Abraham als symbool voor hun eigen weg. Daarbij hebben ze de drie oorden die Abraham heeft verlaten, als drie manieren van vertrekken opgevat.

  1. Het vertrek uit het land betekent: ik maak me los van wat me bindt en afhankelijk maakt, van gewoonten die me gevangen houden, van relaties die me onvrij maken. De boeien die me vasthouden, de beelden die anderen van me hebben, de verwachtingen die me beperken; ik laat het allemaal achter me. Ik trek weg uit het land dat vertrouwd is, waar ik me thuis ben gaan voelen. Ik laat de banden los. Ik kan me voorstellen hoe ik gaandeweg, al lopend, als het ware alle banden die me terug willen trekken en vasthouden, losmaak en achter me laat.
  2. Het verlaten van de familie betekent voor de monniken: ik maak me los van de gevoelens van het verleden. Dat betekent aan de ene kant: ik laat de verwondingen los die ik in mijn leven heb opgelopen, vooral de verwondingen die mijn vader en moeder mij hebben toegebracht. Ik wil ze niet langer koesteren en gebruiken als voorwendselen om niet mijn eigen weg te gaan. Ik wil ze niet langer gebruiken als verwijt tegen degenen die me pijn hebben gedaan. Ik klaag niet aan. Ik laat de verwondingen achter me. Maar ik laat ook de mooie gevoelens van het verleden achter me. Er zijn mensen die in gedachten altijd bezig zijn met hun kindertijd. Vertrekken betekent: het verleden achter me laten en leven in het nu, me wijden aan wat er op dit moment is.
  3. Het verlaten van het vaderhuis betekent: ik verlaat het zichtbare, dat wat mij een thuisgevoel geeft. Ten diepste verlaat ik de wereld. Ik ga op weg naar God. De weg is uiteindelijk een innerlijke weg, een weg naar God. Het zichtbare betekent ook bezit. Ik maak me los van mijn bezit. Ik ga de weg van geestelijke armoede. Ik wil alleen maar God bezitten.

Deze drievoudige uittocht van Abraham is voor ons als een uittocht uit de vertroebelingen die ons het zicht belemmeren op ons ware zelf, het oorspronkelijke en onvervalste beeld dat God van ons heeft.

Alleen als ik bereid ben om onderweg te blijven, blijf ik levend. Anders worden de antwoorden die ik tot nu toe heb gegeven op de vragen van het leven, lege woorden. Ik blijf stilstaan en weiger mezelf toe te vertrouwen aan de stroom van het leven.

Het doel van de pelgrimage is ‘thuiskomen’. Dit is ook de zoektocht naar onze oorsprong. De pelgrimsreis moet de pelgrim dichter bij het unieke beeld brengen dat God zich van hem heeft gevormd.

Anselm Grün

Si -zaz-

Si j’étais l’amie du bon Dieu
Si je connaissais les prières
Si j’avais le sang bleu
Le don d’effacer et tout refaire

Si j’étais reine ou magicienne
Princesse, fée, grand capitaine
D’un noble régiment
Si j’avais les pas d’un géant

Je mettrais du ciel en misère
Toutes les larmes en rivière
Et fleurirais des sables ou filent même l’espoir
Je sèmerais des utopies, plier serait interdit
On ne détournerait plus les regards

si j’avais des milles et des cents
le talent, la force ou les charmes
des maitres, des puissants
si j’avais les clés de leurs âmes
si je savais prendre les armes
au feu d’une armée de titans
j’allumerais des flammes
dans les rêves éteints des enfants
je mettrais des couleurs aux peines
j’inventerais des éden
aux pas de chances, aux pas d’étoiles, aux moins que rien

mais je n’ai qu’un coeur en guenille
et deux mains tendues de brindilles
une voix que le vent chasse au matin
mais si nos mains nues se rassemblent
nos millions de coeurs ensembles
si nos voix s’unissaient
quels hivers y résisteraient?

un monde fort, une terre me soeur
nous bâtirons dans ces cendres
peu a peu, miette a miette
goutte a goutte et coeur a coeur
peu a peu, miette a miette
goutte a goutte et coeur a coeur

 

Over levensvreugde

Beste Fien,

Hier ben ik terug. Even een vraagje: ik vroeg me af of je blij bent? Eigenlijk moet dat wel he. Want als gelovige dienen we ons te verheugen. Paulus schrijft zelfs: ‘Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! (Fil 4:4).

In de kerk heb ik vaak preken gehoord waarin ik werd opgeroepen me te verheugen, meestal gebouwd op de ‘fundamenten’ van bovenstaand vers. Zulke aansporingen tot vreugde hebben bij mij altijd tegenstrijdige gevoelens opgeroepen. Aan de ene kant is er zeker het verlangen me werkelijk te kunnen verheugen. Aan de andere kant krijg ik het gevoel: het is te simpel om tot vreugde op te roepen. Ik kan me niet verheugen alleen omdat iemand anders dat nu wil. Ik kan niet op commando blij zijn. Alle redeneringen, dat een christen alle reden heeft om blij te zijn, dat hij zich eigenlijk altijd zou moeten verheugen omdat hij verlost is, helpen mij geen meter verder. Ze maken me eerder agressief.

Ik wil ook wel verdrietig mogen zijn, als dat op dat moment bij mij past. Bij velen die voortdurend over vreugde praten, merk ik achter de blije façade een diepe droefheid op, en soms zelfs leegte en wanhoop. Daarom overtuigen ze mij niet.. Integendeel, ik heb zelfs de indruk dat ze zichzelf blijdschap moeten aanpraten en elkaar wederzijds tot vreugde opwekken omdat ze die niet echt in zich hebben.

Vreugde is niet het bulderlachen om een uitspraakfoutje van de preker, of ‘niet klagen’ of,…je weet wel. Echte vreugde is een basisgevoel, eigenlijk zelfs een stuk rationeel.

Vreugde is niet goedkoop, maar ze is er wel.

Ieder bezit in zich een plek van vreugde, ook al is de toegang verstopt, en ook al staat hij/zij er niet altijd mee in contact. Het thema vreugde nodigt me uit in mijn levensverhaal te zoeken naar sporen die gekenmerkt waren door vreugde en levenslust. In plaats van steeds maar op zoek te gaan naar ziekmakende ervaringen in onze jeugd, moeten we ook terugdenken aan de vele belevenissen waarbij we vol blijdschap en vrolijkheid waren, waarbij we echt plezier in het leven hebben beleefd. Zulke sporen brengen ons in aanraking met onze eigen levenslust en kunnen onze wonden, die evenzeer bij ons levensverhaal horen, vaak beter genezen dan het voortdurend in kringetjes draaien om de kwetsuren die we ondergaan hebben.

Het spoor van levenslust is voor mij tegelijk het spoor waarop ik God in mijn leven ontdek. Op het spoor van levenslust ontmoeten wij de ware God, de genezende en bevrijdende God, de God die mij naar mijn levendigheid, levensvreugde en unieke gestalte voert.

De vreugde heeft ieder mens in zich, op de bodem van zijn hart.

Ik klaagde over het feit dat mijn leven geestelijk was ingestort. Ik heb en had de indruk dat mijn spiritualiteit door ouders, vrienden & kerk is opgedrongen. Ik moest in mijn geestelijke leven veel tijd steken in het lezen van de bijbel, stille tijd, gebed, bijeenkomsten en mijn bediening.  Voor mij was dat één grote illusie.

Dit spirituele spoor bepaalde wie ik was, maar het klopt niet.

Ik voelde me leeg en zag er de zin niet meer van in. De innerlijke weerstand was zo groot dat ik zelfs niet meer kon bidden. Ik wist ook niet hoe ik boven deze wanhoop moest uitkomen.

Ik koos ervoor om alles los te laten en mijn weg te zoeken, zonder de constante ‘goedbedoelde’ hulp van diezelfde ouders, vrienden en kerk.

Ik probeerde het persoonlijke spoor te ontdekken waarop ik als kind Gods nabijheid heb ondervonden, waar ik het als kind prettig vond. Want daar was ik als kind in harmonie met mezelf en voelde ik de wereld, daar was ik ook één met God. Dat is nu net niet het spirituele spoor welke me werd opgedrongen.

Ik voelde me in harmonie als kind als ik alleen buiten in de tuin dwaalde, als ik een kamp kon maken, hoog alleen in een boom kruipen of me verstoppen in een struik en daar een gezellig kamp maken. Daar was ik veilig, kon geen conflict mij bereiken, kon niemand mij uitschelden. Daar voelde ik me levend, daar was levensvreugde.

Het beeld van het gezellige kamp als kind geeft me een glimp van wat mij zal genezen en ruimte geven om te herstellen.

Ik leer om me terug te trekken uit de prestatiemaatschappij, weg van conflicten of geestelijke programma’s. Het is een legitieme vorm van regressie om in God te kunnen uitrusten. Pas als ik in ‘mijn’ grot weer tot rust ben gekomen, kan ik opnieuw op de berg staan waar de wind om mijn oren draait.

Door terug te keren naar deze kinderlijke belevenissen kan ik vele Bijbelse uitspraken geheel nieuw verstaan. Het toont me mijn innerlijke vreugde die ik als kind had en van daaruit kan ik verder. Een weg waarop ik levenslust voel en blijdschap over het bestaan. Het is een spoor waarop ik me gezond en gaaf kan voelen, een spoort waar ik met mezelf in harmonie kom.

Bij niemand vallen er in zijn levensverhaal alleen maar verwondingen en tekorten te betreuren. Ieder heeft ooit wel eens levenslust ervaren. Weer met deze levenslust in contact komen, is een uitgesproken therapeutische en tegelijk spirituele weg. Want alleen op deze weg kan iemand zijn eigen religieuze spoor vinden.

Kinderen vinden vaak uit zichzelf een weg naar levenslust en vreugde. Ze hebben blijkbaar een gezonde en creatieve kern in zich en een fijne neus voor wat hun goed doet. Instinctief ontwikkelen ze ook in de meest vastgelopen situaties een strategie om zich van de destructieve machten rond hen te bevrijden. Ze vinden de plek waar ze zich vrij voelen, waar ze geborgen zijn, waar ze helemaal zichzelf kunnen zijn, ook al is het maar één plek.

Zoeken naar je vreugde is terugkeren naar daar, deze spirituele en heilzame sporen in het leven, om van daaruit wegen te vinden die je verder brengen.

Als iemand teveel energie moet steken in een ‘geestelijk programma’, dan is dit een aanwijzing dat hij zichzelf een spirituele weg heeft opgelegd die niet bij hem past. Hij heeft zich in een spiritueel systeem gedwongen zonder te letten op zichzelf en zijn eigen emoties en voorgevoelens. De weerstand die hem verhindert zijn geestelijke plannen uit te voeren, laat zien dat hij leeft tegen zijn diepste eigen structuren in. Wie daarentegen in aanraking is gekomen met het spoor dat hij als kind voor zichzelf heeft ontdekt om zich prettig te voelen, om levensvreugde te ervaren, die zal spirituele vormen vinden waarbij hij zonder grote inspanning kan leven.

Als ons leven openbloeit, is er weliswaar oplettendheid en discipline nodig, maar we hoeven ons er niet steeds toe te dwingen iets te doen wat ons hart ten diepste helemaal niet wil. Zo is ook het vreugdespoor ook een spoor naar de spiritualiteit die bij mij past, die uit de kern van mijn eigen persoon opkomt en mij even zeer bij God zal brengen als ze me als kind tot leven heeft gebracht.

Zo fien,

Een stukje zoektocht naar vreugde.

Een vreugdevolle dag nog,

Ywan

Geïnspireerd op ‘je eigen spiritualiteit ontdekken’ Anselm Grün

Vrijheid: enkele gedachten

Beste Fien,

Een winterse brief, met hersenspinsels her en der.

Leven met het ritme van de seizoenen. In de koude winter lukt het me beter om helder en geconcentreerd te denken. Ik word minder afgeleid door alles wat er buiten gebeurt. Buiten heerst er rust, dus trek ik meer naar binnen toe, zowel thuis als in m’n hoofd. In die relatieve rust kunnen dingen gaan werken en uitkristalliseren. Toch is het goed om af en toe de koude buitenlucht op te zoeken.  Zoals ik buiten duidelijk de dragende structuren van de bomen kan ontwaren, lijk ik zelf in de winter beter de hoofdlijnen in mijn hoofd te zien.

De voorbije winterperiode stelde ik me vele vragen over wie ik ben, wat ik doe, waarom ik het doe en waar dit toe leidt en wat we moeten aanvangen met die mooie, waanzinnige wereld…Ik besef dat een neerslachtigheid, een zwaar, angstig en onrustig hart me blijven achtervolgen. Weglopen heeft geen zin, want dergelijke zaken zijn als een schaduw, waar je niet van kunt weglopen. Blijf je toch weglopen, dan bekoop je dat met je leven.

Maar hoe kun je hier dan vrij van zijn?

Door het te omarmen en er door te gaan leven. Het is wat het is. De vragen mogen er zijn, moeten niet ‘opgelost’ worden.

Voor de oude monniken was de ontmoeting met jezelf en het inzicht in jezelf de voorwaarde voor de ontmoeting met God. ‘Wil je beseffen wie God is, leer dan eerst jezelf kennen.’ Wie niet inziet wij hij zelf is, zal zijn onbewuste wensen en verlangens, zijn verdrongen behoeften op God en de andere projecteren. En dan aanbidt hij zijn eigen beelden en komt niet in contact met de ware God. Zelfinzicht bevrijdt ons van onze eigen illusies, en daardoor krijgen we een heldere en onbevangen kijk op deze geheel andere realiteit. God blijkt dan niet meer een symbool van de eigen ziel, maar Hij verschijnt als de Werkelijke, doe ons tegemoet treedt. Dit geldt evenzeer voor de omgang met andere mensen.

Het is een oud inzicht dat het in het geestelijk leven essentieel is los te komen van de macht van de door emoties gevormde gedachten en de toestand van innerlijke vrijheid te bereiken. Daarbij gaat het er steeds weer om de gevoelens niet te beoordelen, maar ze eenvoudig weg toe te laten en te bekijken.

In plaats van weg te lopen van jezelf, voer het gesprek met jezelf. Er ligt een enorme kracht in de gebrokenheid, in de gevoelens, onze emoties,…Laat ze zijn zoals ze zijn en ervaar ze. De kracht van jezelf ligt in deze zwakheid. Liefde en gebrokenheid gaan in deze wereld altijd samen. Vanuit dit gegeven krijg je gezag, niet gebaseerd op macht, maar op levenservaring.

Je bent niet wat je doet, je bent niet wat je denkt, je bent niet wat anderen van je denken. De essentie is dat je in essentie sowieso geliefd bent. Vanuit dit geliefd zijn ga je leven.

Echte vrijheid is onbekend en daarom ook ongevraagd. Het is een vrijheid die veel verder en dieper gaat dan de vrijheid waar we over dromen. Het is een vrijheid die het diepste van je hart raakt, een vrijheid die niemand je kan ontnemen. Een geestelijke vrijheid.

Een geestelijke vrijheid is een vrijheid van concrete, politieke, economische en sociale toekomstverwachtingen, anderzijds een vrijheid om de innerlijke kracht die in je is geplant, te volgen waarheen dan ook, zelf wanneer dit lijden met zich meebrengt.

Het is een vrijheid die je in staat stelt om met beide benen in de wereld te staan, zonder door die wereld te worden gemanipuleerd.

Geestelijke vrijheid is iets helemaal anders dan vergeestelijkte vrijheid. De vrijheid die Jezus geeft, betekent niet dat onderdrukkers nu rustig kunnen blijven onderdrukken, dat armen arm kunnen blijven en hongerigen hongerig, omdat we in geestelijk opzicht nu toch vrij zijn. Een echte geestelijke vrijheid, een vrijheid die het hart van ons mens zijn raakt, moet op alle gebieden, fysiek, psychisch, sociaal en wereldwijd effect hebben. Ze wil overal zichtbaar zijn. Maar de kern van de geestelijke vrijheid is niet afhankelijk van de manier waarop ze zichtbaar wordt in de wereld.

Vrijheid behoort tot de kern van het geestelijke leven; niet alleen de vrijheid die ons losmaakt van de onderdrukkende machten die ons willen beheersen, maar ook de vrijheid om anderen te vergeven, hen te dienen en met hen een nieuwe gemeenschap te vormen. Kortom, de vrijheid om lief te hebben en zo in liefde aan een vrije wereld te werken.

Beste Fien, het is misschien nogal theoretisch, maar dat is niet erg. Door het op te schrijven, voel ik het stromen, in mij. En waar het stroomt, ontstaat leven. Dit leven was weg, nu is het terug. De rest zien we wel.

Ben ik vrij? Jazeker, het is aan mij om die vrijheid te claimen en van hieruit te gaan leven. Dit zal een levensproces zijn, maar o wat een boeiend en avontuurlijk.

Lieve groet,

Ywan

Geïnspireerd en gebaseerd op ‘Brieven aan Marc, Henri Nouwen’; het grote boek van de levenskunst , Anselm Grün